Veelgestelde vragen over vruchtbaarheid

V

Moet u op HPV worden getest tijdens de zwangerschap?

A

Het kan geen kwaad om een uitstrijkje te laten maken als je zwanger bent. Maar zwangere of net bevallen vrouwen kunnen niet meedoen aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker, omdat het door de zwangerschap niet mogelijk is om het uitstrijkje goed te beoordelen. Ook in de eerste periode na de bevalling is het uitstrijkje nog niet betrouwbaar. Een uitstrijkje kan daarom het best minimaal een half jaar na de bevalling gemaakt worden. Als u op de antwoordkaart de (vermoedelijke) bevallingsdatum aangeeft, krijgt u zes maanden na deze datum opnieuw een uitnodiging. Dit is dan ook het geschikte moment om de HPV test aan te vragen.



V

Kan HPV aan het kind worden overgedragen in de buik?

A

Volgens de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) is het mogelijk dat het HPV van moeder op kind wordt overgedragen bij de geboorte, maar het is "zeldzaam". Volgens een schatting van dit agentschap gebeurt het niet vaker dan 1,1 keer per 100.000 kinderen. In deze zeer zeldzame gevallen is de HPV-infectie gevonden in het ademhalingskanaal van de baby, wat kan leiden tot wratachtige groeisels – meestal op het strottehoofd. Vroegtijdige diagnose en zorg zijn het belangrijkst.



V

Heeft HPV een negatieve invloed op de mogelijkheid om kinderen te verwekken?

A

Het hebben van HPV staat het zwanger worden niet in de weg.



V

Hebben genitale wratten invloed op zwangerschap of geboorte?

A

De meeste zwangere vrouwen met genitale wratten, of die ze gehad hebben, krijgen waarschijnlijk geen HPV-gerelateerde complicaties tijdens zwangerschap of geboorte. Tijdens de zwangerschap kunnen genitale wratten zich vermenigvuldigen door veranderingen in het immuunsysteem van het lichaam, maar behandeling kan worden uitgesteld tot na de geboorte, om te zien of ze vanzelf verdwijnen.

De meeste kinderen van vrouwen met een voorgeschiedenis van genitale wratten krijgen geen HPV-gerelateerde complicaties. In zeer zeldzame gevallen wordt het virus op het kind overgedragen en komen er daardoor wratachtige groeisels in de keel van de baby. Een keizersnede wordt meestal niet aanbevolen als methode om deze zeldzaamheid te voorkomen.



V

Als u een voorloper van kanker ontwikkelt (cervicale dysplasie), beïnvloedt dat de mogelijkheid om kinderen te krijgen?

A

Dysplasie en de behandeling ervan hebben geen invloed op uw mogelijkheid om zwanger te worden. Echter, bij enkele vormen van dysplasiebehandeling via excisie (waarbij de abnormale cellen worden verwijderd), is er een groter risico van voortijdige bevalling, keizersnee of een baby met een laag geboortegewicht – vooral als een grote hoeveelheid weefsel is verwijderd uit de baarmoederhals. Als u kinderen wilt in de toekomst, bespreek dan deze potentiële complicaties met uw arts of andere zorgprofessional.



V

Betekent baarmoederhalskanker dat u geen kinderen meer kunt krijgen later?

A

Bij invasieve baarmoederhalskanker moet meestal de baarmoeder worden verwijderd. Echter, voor jonge vrouwen met kleine tumoren kan een minimaal invasieve ingreep een optie zijn. De mogelijkheid om kinderen te krijgen blijft dan behouden. Deze ingreep heet 'radicale vaginale trachelectomie met laparoscopische pelviene lymphadenectomie'.



V

Als bij u dysplasie of baarmoederhalskanker is geconstateerd tijdens de zwangerschap, hoe wordt dat dan behandeld?

A

Bijvoorbeeld: volgens de consensusrichtlijnen uit het American Journal of Obstetrics & Gynecology zou de behandeling en vervolgonderzoek moeten worden uitgesteld tot zes weken na de bevalling, indien bij een zwangere vrouw CIN 2 of 3 is geconstateerd (gematigde tot ernstige dysplasie).

Als een vrouw invasieve baarmoederhalskanker heeft is de behandeling afhankelijk van het stadium van de kanker en dat van de zwangerschap. Voor baarmoederhalskanker die in een vroeg stadium wordt ontdekt, of bij kanker die tijdens het laatste trimester van de zwangerschap wordt geconstateerd, kan de behandeling worden uitgesteld tot na de geboorte.