Test uw kennis

Doe de quiz "Waar of Niet Waar?"

Woordenlijst

Termen die uw arts kan gebruiken

Adenocarcinoom Hoge graad squameuze intra-epitheliale laesie (HSIL)
Atypische squameuze cellen waarvan de betekenis onduidelijk is (ASC-US) Humaan papillomavirus (HPV).
Biopsie Hysterectomie
BVO BMHK Immuunsysteem
CE-markering Laesie
Cervicale intra-epitheliale neoplasie (CIN) Lage graad squameuze intra-epitheliale laesie (LSIL)
Cervix LEEP (Lisexcisie)
Colposcopie Oncoloog
Cryochirurgie Patholoog
Cytologie Pre-kanker
Dysplasie Reflex HPV-testen
EMEA Risicofactor
FDA Uitstrijkje/Pap test (ook cytologie genoemd)
Fout negatief resultaat Vagina
Fout positief resultaat Vulva
Gynaecologie


Adenocarcinoom

Een tumor die zich ontwikkelt in klierweefsel (komt voor in ieder orgaan dat een substantie maakt die wordt afgescheiden, zoals hormonen of moedermelk). In het geval van baarmoederhalskanker kan een adenocarcinoom zich ontwikkelen in de bekleding van de endocervicaal kanaal, de nauwe doorgang tussen cervix en baarmoeder (uterus). Kanker in dit kanaal is vaak moeilijk vast te stellen met alleen een uitstrijkje, aangezien de cellen uit de baarmoederhals niet gemakkelijk zijn te verzamelen voor onderzoek.

Atypische squameuze cellen waarvan de betekenis onduidelijk is (ASC-US)

Medische term voor een onduidelijk resultaat van een uitstrijkje. Met andere woorden: de squameuze cellen (dunne, visschub-achtige platte cellen die te vinden zijn in verschillende lichaamsdelen waaronder de baarmoederhals) zien er niet geheel normaal uit, maar ook niet geheel abnormaal. Ongeveer 3-10% van de uitstrijkjes worden beschouwd als 'ASC-US'. In ongeveer 60 procent van de gevallen is het vals alarm: Vervolgonderzoek laat dan zien dat er geen 'hoog risico' HPV aanwezig is en dat er zich geen abnormale cellen hebben gevormd. Van de overgebleven 40 procent van de vrouwen die wel HPV hebben, wordt echter bij ongeveer de helft waarneembare veranderingen in de cellen van de baarmoederhals geconstateerd (meestal mild tot gematigd).

Biopsie

Verwijdering van een weefselmonster, dat vervolgens onder een microscoop wordt bestudeerd om vast te stellen of er abnormale cellen (waaronder kanker) aanwezig zijn en behandeld moeten worden.

BVO BMHK

Afkorting voor bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker.

CE-markering

De CE-markering is een verplichte Europese markering voor bepaalde soorten producten (zoals diagnostische tests op moleculaire basis) om conformiteit met de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen uit de Europese Richtlijnen aan te geven. Om de CE-markering te mogen gebruiken moet er bewijs worden vastgelegd dat het onderdeel aan de relevante eisen voldoet.

Cervicale intra-epitheliale neoplasie (CIN)

Algemene term die gebruikt wordt om de groei van abnormale cellen op de baarmoederhals te beschrijven. De getallen 1 t/m 3 (bijv. CIN 1 of CIN 3) worden gebruikt om de graad van abnormale veranderingen te beschrijven. CIN 1 is equivalent met milde dysplasie (abnormale cellen) en verdwijnt vaak vanzelf, zonder behandeling. CIN 2 of 3 is equivalent met gematigde tot ernstige dysplasie (pre-kanker omstandigheden waar behandeling voor nodig is).

Cervix

Het onderste, buisvormige einde van de uterus (baarmoeder) die de verbinding met de vagina vormt. Klik hier voor een illustratie.

Colposcopie

Een procedure waarbij de vagina en de oppervlakte van de baarmoederhals worden onderzocht met een verlichte microscoop (colposcoop) op tekenen van pre-kankercellen of kanker. Op hetzelfde moment wordt vaak een biopsie gedaan

Cryochirurgie

Behandeling om abnormaal weefsel op de cervix te vernietigen met een instrument dat de bewuste cellen bevriest.

Cytologie

De medische term voor een uitstrijkje (pap test).

Dysplasie

Abnormale cellen op de baarmoederhals, die indien niet behandeld bij gematigde tot ernstige gevallen kunnen leiden tot kanker.

EMEA

De European Medicines Agency (EMEA) is een organisatie van de Europese Unie, gevestigd in Londen. Zijn hoofdtaak is de bescherming en bevordering van volks- en diergezondheid, door het bestuderen en bewaken van medicijnen en diagnosemiddelen voor menselijk en dierlijk gebruik.

FDA

De Food and Drug Administration is een agentschap van het Amerikaanse ministerie van volksgezondheid en welzijn, dat het testen van geneesmiddelen, instrumenten en tests reguleert, en nieuwe medische producten goedkeurt voor de verkoop op basis van veiligheids- en effectiviteitseisen.

Fout negatief resultaat

Een testresultaat dat normaal lijkt, maar het in werkelijkheid niet is. In het geval van een uitstrijkje gebeurt dit wanneer cellen van de baarmoederhals, die in het laboratorium worden onderzocht, bij vergissing als gezond worden geïnterpreteerd. Hierdoor kunnen abnormale cellen zich ongecontroleerd verder ontwikkelen.

Fout positief resultaat

Een testresultaat dat abnormaal lijkt, maar het in werkelijkheid niet is. In het geval van een uitstrijkje gebeurt dit wanneer cellen van de baarmoederhals, die in het laboratorium worden onderzocht, bij vergissing als abnormaal worden geïnterpreteerd. Hierdoor ontstaat ongerustheid en moeten aanvullende tests worden gedaan.

Gynaecologie

Het medisch vakgebied dat zich richt op de zorg van het vrouwelijk voortplantingssysteem.

Hoge graad squameuze intra-epitheliale laesie (HSIL)

Gematigde tot ernstige dysplasie (pre-kankercellen in de baarmoederhals), ook CIN 2 of CIN 3 genaamd, vastgesteld met behulp van colposcopie en biopsie. Ernstige afwijkingen (CIN 3) kunnen veranderen in kanker als de cellen niet worden verwijderd.

Humaan papillomavirus (HPV).

De naam voor een groep virussen met meer dan 150 typen. Ongeveer 30 HPV typen richten zich op het genitale gebied (verspreid door intiem huid-op-huid contact, vooral seks), en besmetten ongeveer 50 procent van de volwassenen (80 procent van de vrouwen) op een bepaald moment voor hun 50e. Hiervan worden de meeste beschouwd als 'laag risico', wat betekent dat ze geen kanker kunnen veroorzaken. Ongeveer twaalf worden echter beschouwd als 'hoog risico', wat betekent dat ze kanker kunnen veroorzaken indien niet onderdrukt of geëlimineerd door het immuunsysteem. De bij vrouwen meest voorkomende, door HPV veroorzaakte vorm van kanker is baarmoederhalskanker. Bij mannen is door HPV veroorzaakte kanker zeldzaam, en ontstaat meestal op penis of anus.

Hysterectomie

Een operatie waarbij de baarmoeder wordt verwijderd, vaak inclusief de baarmoederhals.

Immuunsysteem

De verdediging van het lichaam tegen microben en kankercellen, door onder andere antilichamen en andere 'soldaten-' cellen.

Laesie

Abnormaal weefsel, meestal veroorzaakt door ziekte of verwonding.

Lage graad squameuze intra-epitheliale laesie (LSIL)

Gering abnormale cellen, ook wel CIN 1 genoemd, geconstateerd met een colposcopie en soms een biopsie. In de meeste gevallen gaan deze typen abnormale cellen in de baarmoederhals vanzelf weg zonder behandeling.

LEEP (Lisexcisie)

Het acroniem voor loop electrosurgical excision procedure. Een lus van dun draad, waardoor een elektrische stroom gaat, wordt gebruikt om abnormaal weefsel te verwijderen. Dit kan poliklinisch met lokale verdoving worden gedaan.

Oncoloog

Een arts, gespecialiseerd in het behandelen van kanker.

Patholoog

Een arts die ziekten constateert door het bestuderen van cellen en weefsel onder een microscoop.

Pre-kanker

Cellen of weefsel die zich op dat moment nog niet tot kanker hebben ontwikkeld, hetgeen zonder behandeling later wel kan gebeuren.

Reflex HPV-testen

Een HPV-test die wordt uitgevoerd op een monster van cervicale cellen na een onduidelijk of afwijkend uitstrijkje.

Risicofactor

Iets dat de kans op ontstaan van een ziekte vergroot. Bijvoorbeeld: in het geval van baarmoederhalskanker heeft iemand met een voortdurende HPV-infectie een groter risico op baarmoederhalskanker als ze rookt.

Uitstrijkje/Pap test (ook cytologie genoemd)

Een test waarbij een weefselmonster van cellen uit de baarmoederhals, verzameld tijdens een gynaecologische onderzoek, wordt bestudeerd onder een microscoop om abnormale veranderingen op te sporen. Bij een conventioneel uitstrijkje (Pap-test), wordt een 'schraapseltje' cellen direct op een plaatje geplaatst voor bestudering. Bij de nieuwere uitstrijkjes op 'vloeistofbasis' worden de cervicale cellen in een oplossing gedaan voordat ze op het plaatje worden gedaan. Sommige artsen denken dat ze hierdoor beter kunnen worden bestudeerd. Het uitstrijkje/de Pap-test is vernoemd naar de patholoog die hem in 1943 heeft ontwikkeld, Dr. George Papanicolaou.

Vagina

Het 'kanaal' met spierweefsel tussen de baarmoeder en de buitenkant van het lichaam. De opening zit tussen de urethra (waar de urine het lichaam verlaat) en de anus. Ook het geboortekanaal genoemd.

Vulva

De vrouwelijke genitale zone tussen de venusheuvel en de anus. De vulva omvat de venusheuvel, labia (lippen), clitoris en de opening van de vagina.