Wat uw testresultaten betekenen

Als na een test blijkt dat u 'hoog risico' HPV heeft, wat betekent dat dan? Wat gebeurt er daarna?

Wat kan de uitslag zijn?
Verder onderzoek

Het belangrijkste om te onthouden is dat HPV-infecties zeer vaak voorkomen, en meestal geen reden tot zorg zijn! Bij de meeste vrouwen ruimt het afweersysteem van het lichaam het virus weer op, of worden HPV infecties door het lichaam onderdrukt, zonder problemen te veroorzaken waar behandeling voor nodig is. Alleen wanneer een HPV-infectie actief blijft kunnen abnormale cellen ontstaan. Deze afwijkende cellen zijn geen baarmoederhalskanker. Het is een voorstadium van baarmoederhalskanker. Met het uitstrijkje (BVO) in combinatie met een HPV test kunnen we dit voorstadium ook ontdekken. Bijna altijd ruimt het afweersysteem van het lichaam de afwijkende cellen zelf op. Afwijkende cellen die niet verdwijnen kunnen uiteindelijk baarmoederhalskanker worden. De kans dat dit gebeurt is klein. Het duurt ongeveer 10 tot 15 jaar tussen een infectie met HPV en het ontstaan van baarmoederhalskanker.

Als blijkt uit de test dat u 'hoog risico' HPV hebt, maar uw uitstrijkje is normaal, bevelen de experts aan dat beide tests worden herhaald na een jaar. Als uw HPV-infectie dan nog steeds actief is, en/of uw uitstrijkje abnormaal is, moet een ander onderzoek genaamd colposcopie worden uitgevoerd om te kijken of er 'slechte cellen' aanwezig zijn.

Als abnormale cellen in een vroeg stadium worden gevonden voordat ze kanker worden, is behandeling zeer effectief.

Als uit de HPV-test blijkt dat u een 'hoog risico' HPV-type hebt en uw uitstrijkje is afwijkend zeggen de experts dat u meteen een colposcopie moet krijgen.

Let op: als de HPV test uitwijst dat u geen HPV hebt, maar uw uitstrijkje is afwijkend (pap2/3a1), is de kans zeer klein dat u ziekte van de baarmoederhals heeft. De aanwezigheid van een 'hoog risico' type HPV is nodig voor de ontwikkeling van kanker. Maar voor de zekerheid worden HPV-test en uitstrijkje na een jaar herhaald.

In de richtlijnen van de nederlandse vereniging van pathologie (NVVP zie www.pathology.nl) wordt aangegeven wat te doen als er bij een vrouw HPV wordt geconstateerd (zie voor meer informatie het kopje richtlijnen).

Samenvatting: 

  • Testen op HPV samen met een afwijkend uitstrijkje heeft toegevoegde waarde bij vrouwen van 30 jaar en ouder. 
  • Afhankelijk van de testresultaten worden de hieronder omschreven vervolgstappen aanbevolen voor vrouwen vanaf 30 jaar:

HPV negatief

HPV positief

Uitstrijkje normaal

Herhaal uitstrijkje conform BVO na 5 jaar

Afwijkend uitstrijkje Herhaal uitstrijkje na 6 maanden met HPV test Terug naar BVO of herhalen na 12 maanden Naar gynecoloog voor bv. colposcopie
 

Wat kan de uitslag zijn?

De volgende adviezen en uitslagen zijn mogelijk:

Over 5 jaar weer een uitnodiging:
PAP 1 of KOPAC P1/A1-2/C1
 
Het uitstrijkje is normaal. Er zijn dus geen afwijkende cellen gevonden. U krijgt over vijf jaar een nieuwe uitnodiging.
 
Na 6 weken opnieuw een uitstrijkje:
PAP 0 of KOPAC B3

Het uitstrijkje was niet goed te beoordelen. Dit komt bijvoorbeeld omdat er te weinig cellen waren of omdat er te veel bloed in het uitstrijkje zat. U krijgt het advies om over 6 weken opnieuw een uitstrijkje laten maken. Meestal is de uitslag dan normaal. Dit uitstrijkje is gratis.

Verder onderzoek na 6 maanden:
PAP 2 (of KOPAC P2-3/A3/C3) en PAP 3a1 (of KOPAC P4/C4-5) In het uitstrijkje zijn licht afwijkende cellen gevonden. Deze cellen zijn geen baarmoederhalskanker.

In 2006 kreeg 2% van de vrouwen deze uitslag. Dat waren 10.318 vrouwen van de 507.539 die hebben meegedaan aan het bevolkingsonderzoek. Vaak verdwijnen de afwijkende cellen vanzelf. Het afweersysteem van het lichaam ruimt de cellen zelf op. Dit kan één tot anderhalf jaar duren. Daarom krijgt u het advies om na 6 en 12 maanden een uitstrijkje te laten maken. De huisarts kan dan kijken of de afwijkende cellen weg zijn. Van iedere 200 vrouwen verdwijnt bij ongeveer 130 vrouwen de afwijking vanzelf. Als de afwijking niet verdwijnt wordt u doorverwezen naar de gynaecoloog.

Vaak wordt er bij het uitstrijkje na 6 maanden ook een HPV-test gedaan. Zie voor meer informatie: verder onderzoek.

Verder onderzoek bij de gynaecoloog:
PAP 3a2 (KOPAC P5/A4/A5) en PAP 3b (of KOPAC P6/A5/C6) en PAP 4 (KOPAC P7/A6/C7) en PAP 5 (KOPAC P8/P9/A7/A8/C9). In het uitstrijkje zijn afwijkingen gevonden. Er is verder onderzoek nodig bij de gynaecoloog om te kijken of er echt een afwijking is.

In 2006 kreeg 0,6% van de vrouwen deze uitslag. Van elke 10.000 vrouwen krijgen ongeveer 60 vrouwen deze uitslag. Als u deze uitslag hebt, verwijst de huisarts u door naar een gynaecoloog voor verder onderzoek. De kans dat u baarmoederhalskanker heeft is klein. Van deze 60 vrouwen hebben 2 vrouwen baarmoederhalskanker. De andere vrouwen hebben een voorstadium van baarmoederhalskanker. Dit voorstadium wordt meestal behandeld om te voorkomen dat baarmoederhalskanker kan ontstaan.


Verder onderzoek

 
1. Verder onderzoek (o.a. de HPV test) bij kleine afwijkingen (huisarts)
2. Verder onderzoek bij ernstige afwijkingen (gynaecoloog)


1. Verder onderzoek bij kleine afwijkingen

 

Vervolgonderzoek zonder HPV-test

Vervolgonderzoek bij de huisarts vindt plaats als er in het uitstrijkje kleine afwijkende cellen zijn gevonden. Dit zijn geen kankercellen. Vaak verdwijnen de afwijkende cellen vanzelf. Het afweersysteem van het lichaam ruimt de cellen zelf op. Dit kan één tot anderhalf jaar duren. Daarom krijgt u het advies om na 6 en 12 maanden een uitstrijkje te laten maken. De huisarts kan dan kijken of de afwijkende cellen weg zijn.

Deze verdere onderzoeken zijn geen bevolkingsonderzoek. Daarom zijn ze niet gratis. Uw zorgverzekeraar betaalt het onderzoek. Dit hangt wel af van de hoogte van uw eigen risico. U betaalt dus misschien zelf een deel.

Na het eerste verdere onderzoek kunt u de volgende adviezen krijgen:

  • De afwijking in het uitstrijkje is minder geworden. Het uitstrijkje is normaal (PAP 1). Bij deze uitslag wordt voor de zekerheid na 12 maanden een derde uitstrijkje gemaakt. Als dit ook normaal is, kunt u weer meedoen aan het bevolkingsonderzoek. U krijgt dan automatisch een uitnodiging.
  • De afwijking in het uitstrijkje na 6 maanden is hetzelfde als het eerste uitstrijkje (PAP2 of PAP 3a1). U krijgt het advies om voor verder onderzoek naar de gynaecoloog te gaan.
  • Het uitstrijkje na 6 maanden laat zien dat de afwijking erger is geworden (PAP 3a2 of hoger). U krijgt het advies om voor verder onderzoek naar de gynaecoloog te gaan.

 

Vervolgonderzoek met HPV-test

Steeds vaker wordt op het tweede uitstrijkje na 6 maanden ook een HPV-test gedaan. Er wordt dan ook gekeken of het HPV-virus aanwezig is. Hierdoor kan eerder gekeken worden of verder onderzoek nodig is. Is er een HPV-test gedaan op uw uitstrijkje? Dan kunt u de volgende uitslagen krijgen:

  • Het uitstrijkje na 6 maanden is normaal (PAP 1). Er is ook geen HPV-virus aanwezig. Een uitstrijkje na 12 maanden is niet nodig. U kunt weer meedoen aan het bevolkingsonderzoek. U krijgt dan automatisch een uitnodiging.
  • Het uitstrijkje na 6 maanden is normaal (PAP 1). Maar het HPV-virus is wel aanwezig. Bij deze uitslag wordt voor de zekerheid na 12 maanden een derde uitstrijkje gemaakt. Als dit ook normaal is, kunt u weer meedoen aan het bevolkingsonderzoek. U krijgt dan automatisch een uitnodiging.
  • De afwijking in het uitstrijkje na 6 maanden is hetzelfde als het eerste uitstrijkje (PAP2 of PAP 3a1). Er is geen HPV-virus aanwezig. Er wordt na 12 maanden een derde uitstrijkje gemaakt. Is de uitslag hetzelfde als bij het tweede uitstrijkje, of is het uitstrijkje normaal? Dan kunt u weer meedoen aan het bevolkingsonderzoek. Is de uitslag hetzelfde, maar is het HPV-virus aanwezig? Dan krijgt u het advies om voor verder onderzoek naar de gynaecoloog te gaan.
  • De afwijking in het uitstrijkje na 6 maanden is hetzelfde als het eerste uitstrijkje (PAP2 of PAP 3a1). En er is wel een HPV-virus aanwezig. Bij deze uitslag krijgt u het advies om voor verder onderzoek naar de gynaecoloog te gaan.
  • Het uitstrijkje na 6 maanden laat zien dat de afwijking erger is geworden (PAP 3a2 of hoger). Het is belangrijk dat u verder onderzoek bij de gynaecoloog laat doen.  

 

2. Verder onderzoek bij ernstige afwijkingen


Bij ernstige afwijkingen gebeurt verder onderzoek bij de gynaecoloog. Meestal schrikt u als u deze uitslag krijgt. U bent misschien bang dat u baarmoederhalskanker hebt. Maar dat is bijna nooit zo.

De gynaecoloog kan het volgende onderzoek doen:

  • Een lichamelijk onderzoek. De gynaecoloog kan uw baarmoeder vanaf de buitenkant onderzoeken. Dit gaat via uw buik. De gynaecoloog onderzoekt ook uw baarmoeder via uw vagina.
  • Nog een uitstrijkje.
  • Colposcopie. Met dit onderzoek bekijkt de gynaecoloog de baarmoederhals met een colposcoop. Dit is een soort microscoop. Als er erg afwijkende cellen zichtbaar zijn, neemt de gynaecoloog hiervan een stukje weg. Dit kan een beetje pijn doen. De afgenomen cellen worden onderzocht in het laboratorium.


Na dit onderzoek krijgt u misschien een behandeling. Of en welke behandeling u krijgt, hangt af van hoe ernstig de afwijkingen zijn. Hieronder wordt dit uitgelegd.

  • PAP 3a2 of KOPAC P5/A4-5


Er zijn cellen gevonden met een matig ernstige afwijking. De gynaecoloog onderzoekt of en wat er aan de hand is. Bij de helft van de vrouwen is geen behandeling nodig. De andere helft heeft een eenvoudige behandeling van de baarmoederhals nodig.

  • PAP 3b of KOPAC P6/A5/C6

De cellen zijn iets meer afwijkend dan bij een PAP 3a. De gynaecoloog onderzoekt of en wat er aan de hand is. U hebt ook meer kans dat een eenvoudige behandeling van de baarmoederhals nodig is dan bij PAP 3a.

  • PAP 4 of KOPAC P7/A6/C7


De cellen zijn nog meer afwijkend dan bij een PAP 3a of een PAP 3b. De gynaecoloog onderzoekt wat er aan de hand is. U hebt een grote kans dat u een eenvoudige behandeling van de baarmoederhals nodig hebt. Die kans is ongeveer 90%.

  • PAP 5 of KOPAC P8-9/A7-8/C9


De cellen zijn erg afwijkend. Bij deze uitslag kunt u baarmoederhalskanker hebben. Soms is er toch geen kanker. Hebt u wel baarmoederhalskanker? Dan wordt u eerst onderzocht om te kijken hoe ver de ziekte zich heeft ontwikkeld. Welke behandeling u krijgt hangt af van de uitslag. Wilt u hierover meer informatie? Kijk dan ook op de websites van KWF Kankerbestrijding en de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie.

 

Bron: rivm.nl